Menu

De simplicity aanpak die ik graag gebruik in gesprekken met leidingevenden en beleidsverantwoordelijken, is gebaseerd op interdisciplinair denken en praktijkervaring. Het model, – dat steeds in ontwikkeling is – berust op zes principes die elkaar versterken.

1. Het principe van opmerkzaamheid
Soms liggen oplossingen al kant en klaar, zo onder de oppervlakte, maar worden ze over het over het hoofd gezien. Voor een getrainde buitenstaander is het vaak gemakkelijker opmerkzaam zijn.

2. Het principe van blikwisseling
Door vanuit een ander perspectief te kijken, kan een vraagstuk plotseling andere contouren krijgen. Een bioloog die naar een religieus veld kijkt, ziet heel andere dingen dan een filosoof. Soms is een interdisciplinaire benadering slim bij het oplossen van problemen. In sommige gevallen is die zelfs noodzakelijk. In het bijzonder geldt dat voor bijvoorbeeld zogeheten wicked problems. Dergelijke complexe problemen zijn onmogelijk vanuit één perspectief te ontwarren.

3. Het principe van rechtmatigheid
Hier wordt de vraag gesteld naar wat ten diepste de noodzaak en de wenselijkheid is van een voorgenomen actie. Naar wat de verankering ervan is. En of een eerderelegitimiteit nog bestaat. Soms komt dat neer op terug naar de bron of back to the basics: ‘Waar was het ook al weer allemaal om begonnen?’

4. Het principe van doelmatigheid
Hier wordt ingezoomd op prestaties en rendementen. Vooral op de relatie tussen de ingezette middelen en de met die middelen behaalde opbrengsten. Is er sprake van een acceptabele balans tussen middelen en opbrengsten? Soms is die balans zoek en zijn middelen en voorzieningen bijna een doel op zich geworden.

5. Het principe van uitvoerbaarheid
We kunnen niet meer doen dan we kunnen doen. Reikt een mens of een organisatie te ver dan mislukken zaken niet alleen, maar dan kunnen ze ook contraproductief worden. De oude Grieken hadden daarvoor een woord: hybris. Maar wat we kunnen doen, moeten we dan ook doen – soms zelfs tegen de verdrukking in. Scherp de grens kunnen bepalen van wat nog wel en wat niet kan, dat is een kunst.

6. Het principe van doendenken
‘Een mens is het beste op dreef als hij zijn leven ervaart als een evenwicht tussen denken en doen’, zegt de systeemanalist en schrijver Gerrit Krol. Dit gaat ook op voor instellingen en organisaties, zoals een school, een bedrijf, een religieuze gemeenschap. Evenwicht tussen ideeën en beslissingen enerzijds en activiteiten anderzijds is wezenlijk. Als denken en doen in evenwicht zijn kunnen ze elkaar voeden. Is dat niet het geval dan raken denkbeelden los gezongen van de praktijk of is er sprake van een richtingloos doen. De Rotterdamse filosoof Henk Oosterling noemt deze mentaliteit treffend: doendenken. Lijkt simpel, maar is o zo moeilijk.

Nieuwsgierig geworden? Neem contact op met:
Dr. Bert de Reuver
dereuver@kadans.nl
0642135765